home | favorieten | fotoalbum | stats | gelinkt door | beheer | maak je eigen weblog aan! | Wil je mijn visitekaartje? punt.nl

 

Verjaren
Humor | Gewoon wat | 23 Februari 2012 | 22:54:23
Categorie: wat er niet toe doet en toch gebeurde in 2012.
Misdrijf: ik at een snoepje.
Mogelijke oorzaak: zwanger.
Oorzaak ontkracht wegens: plaats delict in ondergoed.
Conclusie: geen sigaretten + rookverslaving   = snoep eten.



"Kom je nog?"
"Natuurlijk."
"De eerste visite is alweer weg."
"Hadden ze haast?"
"Nee, ze zaten hier al een paar uur."
"Oh."
 
Mijn zusje had de druk nogal opgevoerd en ik besloot de laatste was in de wasmachine te proppen en richting de verjaardag van mijn neefje te gaan. Om het milieu een beetje te sparen (en omdat ik een tyfushekel aan wassen heb), vond ik dat alle laatste was prima in één ronde gedraaid kon worden. Uit de machine puilde een enorme bult was, die ik er vakkundig in had gepropt en dus drukte ik het deurtje zo ver als ik kon dicht met beide handen. Mijn voet nam mijn hands taak over en ik keerde de machine de rug toe, zette mijn beide handen tegen de muur en begon met de bewuste voet zoveel mogelijk kracht te zetten. Twintig zware seconden balanceerde ik tussen de wasmachine en de muur. Met een bijna zuchtende klik kreeg ik het deurtje dicht. Wasmachine - Miranda: 0-1.Wat men dacht? Zo sterk, zij moet de hulk wel zijn.
 
"Hallo?"
"Onderweg!"
 
Ik voelde mij heer en meester op de luxe fiets die ik van mijn moeder ongewenst in bruikleen had. In tegenstelling tot mijn eigen vehikel had dit apparaat trappers, ronde wielen en tot mijn grootse vreugde -alwaar ik geen flikker aan had overdag- een lamp. Een heuse fietslamp! Met trots trapte ik mij het zweet in mijn bilnaad om het lampje op zijn felst te laten schijnen.
 
"Lekker op tijd weer," zuchtte mijn zusje.
"Ik moest nog even wachten tot mijn wasje droog was, zodat ik de nieuwe op kon hangen."
"Je hebt toch een droger?" mopperde pa.
"Bosvarken!" brulde ik: "Ik heb toch geen plek bij het raam zodat ik die slang naar buiten kan tyfen?"
"Je hebt een Condence droger," bromde pa.
"Lekker belangrijk, met je Bosch!" wimpelde ik de man af. Alsof merk er iets toe doet, vond ik.

Ik keerde pa de rug toe, zwiepte mijn haar arrogant over mijn schouders en plofte op de bank, waar mijn kopje koffie al keurig voor mij klaar stond. Al snel vond ik leed waar ik mij visueel prima mee kon vermaken: mijn neefjes vader ploeterde zich door een inmens lego-bouwwerk heen. Ik had het fenomenale genoegen om maarliefst drie kwartier toe te zien op zijn gepruts aan het kunstwerk. Intern sloot ik een weddenschap tussen ik, mij en mezelf. 'Ik' zette in op een levensduur van vijf minuten, 'mij' ging voor zes minuten en 'mijzelf' was nogal naïef en bood tien minuten. Een wonder geschiedde;   'mijzelf' bleek toch gelijk te krijgen en pas na tien minuten verpulverde de vierjarige Bokito zijn bouwwerk. Bokito - papa: 1-0.
 
"Oma komt toch naar mama's huis?" vroeg ik mijn tegenpool -danwel zusje- voorzichtig. Ze beaamde dat dat inderdaad het plan was. Een gelukzalig gevoel maakte zich prompt meester van mij waarna ik opsprong, een Emile-Ratelbandje deed en te opgelucht krijste: "Let's go!" Hoewel ietwat ongepast gebracht, leek er toch beweging in de hut te komen.
 
Hoe mijn ouders mijn zusje en mij hebben weten te produceren is mij tot op heden nog een raadsel. Ik ben onstuimig, druk, beweeglijk, lawaaierig en luidruchtig. Mijn zusje heeft geen van deze eigenschappen gekregen. Wellicht had ik mijn vader in mijn eerste drie levensjaren dusdanig uitgeput, dat hij mijn zusje verwekte met traag zaad. In de hoop dat er een ander kind tevoorschijn ging komen.
 
Terwijl ik de kinderen al in de kleren had, de trap op gejaagd had en minstens zeven buren ongewenst had verrast met mijn onnodige belletje lellen, sjokte zij rustig de trap op. Fascinerend!
 
Pas na een half uur hield ik het gezien bij mijn ouderlijk huis. Er hing onheil in de lucht, maar dat wist ik toen nog niet. Op de hoek van de straat hoorde ik een Pools jongetje naar een Marokkaan roepen: "Hondenkop!" Ik had dit als een voorteken kunnen beschouwen -zou er wat met een dier aan de hand zijn?- maar dat deed ik niet. Geenszins zelfs. Ik bedacht mij dat als ik een hond zou zijn geweest, ik vermoedelijk een Chihuahua was. Dat zie je niet af aan mijn corpulente zitvlak, wél aan mijn ongepaste grootheidswaan. Ik denk dat ik naar elke Pitbull een grote bek zou hebben gehad.
 
Deze overheerlijke fantasie hield echter op, toen ik de woonkamer van mijn pitoreske bordeel betrad. Wat ik toen ontdekte, had ik de dag ervoor niet over durven dromen. Verbluft staarde ik ettelijke seconden voor mij uit en dacht aan de centen die dit had gekost. Desondanks herpakte ik mijzelf vlot en besloot mij niet in de maling te laten nemen. Dit kon gewoon niet en ik draaide het telefoonnummer van mijn oplichtster:
 
"Hoi secreet, ik wil u even melden dat u defecte beesten verkoopt. Anderhalf jaar geleden kocht ik bij u een knaagdier met een misselijkmakend goed gevoel voor tumor. Beter zit daar nog garantie op, rapalje!"
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 89

Wil je mijn visitekaartje?

Douchekop-conversaties
Gewoon wat | 24 November 2011 | 15:44:55
Kledingstuk: Muts
Gekregen: 10-11-2011
Verbod op buitenshuis dragen: 11-11-2011
Eerste keer overtreden van verbod: 12-11-2011
Categorie: dikke vinger.
 
 
“Miranda?”
“Ja.”
“Waar heb je dat dingetje gelaten?”
“Dingetje.. Dingetje.. Welk dingetje bedoel je precies?”
 
'Dingetje' is een heel maf woord. Als we niet op een naam van een persoon of voorwerp kunnen komen, noemen we het 'dingetje'. Ik concludeer dan ook dat 'dingetje' werkelijk álles kan zijn. Van mijn oma, tot een Amerikaanse raket of de dildo van Bin Laden. Welnu, mijn fuckering zocht dat 'dingetje'. Ik besloot dat 'dingetje' in deze niet langer een mysterieus voorwerp mocht blijven. Met dat deze interne besluitvorming plaats had, begon mijnheer al ongeduldig in de vingers te knippen en rommelde wat in lades.
 
“Goed, welke kleur heeft dingetje precies?”
“Het lei hier.”
“Lei? Je zoekt een lei? Ik heb nog nooit een lei in huis gehad.”
“Miránda,” zei hij nu heel streng.
 
Dat is doorgaans het moment waarop ik mijn mond moet houden. Zwollenaren hebben een heel gek dialect. Als ze “lei” zeggen, bedoelen ze eigenlijk het woord “lag”. Het komt erop neer dat 66,6666666 et cetera procent van het woord verkeerd gespeld en/ of uitgesproken wordt. Stel je nu eens voor dat een echte Zwollenaar het woord “Hottentottententententoonstellingen” uit gaat spreken. Jaha! Malle dorpelingen. Enfin, ik werd streng toegesproken en moest bij de les blijven. Immers, we zochten 'dingetje'.
 
“Waar de douchekop aan moet hangen, weet je wel?”
“Laat me eens denken, ik denk dat ik het weet. Was het grijs van kleur? Doorzichtig grijs?”
“Ja!” zei hij enthousiast.
“Och hemel,” mompelde ik melodramatisch, “die zie je nooit meer terug!”
“Wat bedoel je?”
“Nou, ik pakte het gistermiddag op, nam het mee naar de keuken. Legde 'dingetje' nog bóvenop de asbak-restanten in de vuilniszak. Kéék er zelfs nog even naar en bedacht mij toen nogmaals dat ik niet wist wat het nut moest zijn van dat bewuste 'dingetje'.”
 
Ik heb een heel doeltreffende opruim-theorie: 'Als je niet meer weet wat het is, mis je het ook niet'. Toen ik 'dingetje' weggooide, paste ik deze bewuste theorie toe. Ik heb meer theorieën. Wilt u er nog één weten? 1. Ja: lees de volgende alinea. 2. Nee: ga verder naar de daaropvolgende alinea. Komt-ie, de andere theorie: 'Als je bijna niks kan, hoef je ook bijna niks te doen'! Ik zal het uitleggen aan de hand van een voorbeeld, mannen mogen dit gedeelte overslaan en mijn papa en verkering hebben geen toestemming om verder te lezen.
 
Door toepassing van laatstgenoemde theorie, heb ik nog nooit mijn eigen fietsband hoeven plakken en pomp ik mijn band pas op sinds mijn vijfentwintigste levensjaar. Hoe ik dat fikste? “Pap? Mijn band is lek, maar weet niet hoe dat moet, dat plakken.” Dikwijls werd mijn geduld op de proef gesteld, maar na een uur zuchten, puffen, kreunen en steunen ging pa voor me aan de slag. Het ging niet altijd even makkelijk, hoor. Ik moest er wel eens bij komen: “Als je nu even meekijkt, dan kun je het de volgende keer zelf.” Poeslief keek ik dan met een peuk vanuit een luie stoel toe, hoe pa mijn bandje in een emmertje deed en vervolgens na wat schuurwerk een plakkertje op het gat plakte. “Snap je het,” vroeg mijn vader dan. “Ik weet het niet, ik geloof niet dat het echt tot me doorgedrongen is,” antwoordde ik steevast.
 
Ik zag toe hoe de man des huizes richting de keuken liep. “Heeft geen zin, liebchen!” zei ik opgewekt. “Je bedoelt toch niet..?” Ik glimlachte lief, knikte en zei met ongepaste trots: “Ja, hoor. De vuilniszak zit allang in de ondergrondse!” Ik denk dat hij daarna iets zei als “Godsámme Miranda!” maar dat weet ik niet zeker. Ik heb een soort filtertje in mijn hersenen ontwikkeld. In het “selectieve perceptie”-hoekje. Ik hoor die woorden zo vreselijk vaak in mijn nabije omgeving -en dat ligt niet zozeer aan mij, denk ik- dat mijn hoofd ze niet door laat dringen. Ik dreig erdoor verveeld te geraken. Hoor ik die woorden, draai ik met mijn ogen. Dit tot majestueuze frustratie van mijn naasten en geliefden.
 
“Hoe moet ik nou douchen dan?”
“Je loopt naar de douche, doet je kleren uit, doet de kraan aan,”
“Ja ja ja. Maar ik kan toch niet met twee handen mijn haren wassen én de kraan vasthouden?”
“Zolang je nog niet getransformeerd bent tot een duizendpoot, inktvis of spin? Neen, dat lukt dan niet. Lukt dat wel, zul je het ongetwijfeld als 'onhandig' ervaren.”
 
Ik vermoedde dat ik mijn partner behoorlijk begon te irriteren. Gelet op wat mijn waarneming, kon dit maar zo eens een correct vermoeden zijn. Zo keek ik toe hoe hij alle kleren van zijn plankje schoof, op zoek naar zijn boxershort. Ik attendeerde hem erop, dat zijn schone boxershort inmiddels op de grond 'lei' (ik had per slot van rekening met een Zwollenaar van doen).
 
“Weet je wat?” begon ik weer.
“Nou.”
“Je kan ook shampoo in je haar doen, de douchekop even wegleggen, lekker soppen en daarna de shampoo weer uit je haar spoelen.”
“Ja Miranda, ik weet het nu wel.”
 
Ettelijke minuten later verliet mijn verkering het bordeel, gewassen en wel! Ik denk dat het prima is gelukt, dat douchekop-stoeipartijtje. Ik besloot ook te douchen en mijn dagplanning te volbrengen. Ik had dingen te doen. Maar.... niet veel later in het Zwolse....

 
Ik maak het goed! Vanavond! Echt! Doei.
reacties 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 251


Insectenvrouw
Bizar | Gewoon wat | 20 Juli 2011 | 10:34:41

 

Zuchtend keek ik van mijn fiets naar mijn balkon. Ruim een uur zocht ik naar mijn sleutels, maar zonder succes. Nu was dit niet de eerste keer, waardoor ik inmiddels een volwaardig balkonklimmer ben. Naast dit waardevolle talent, zou ik nog graag kampioen dakgoothangen worden, een ambitie voor de langere termijn. Robuust verstoorde iemand mijn gedachten: “Alweer?” Ik draaide mij om en zag mijn meest vermoeiende achterbuurvrouw staan met d’r kat aan haar zijde. Wederom slaakte ik een zucht, rolde met mijn ogen, overdacht nog eenmaal mijn woorden en besloot van mijn hart geen moordkuil te maken: “Gods Christus! Houd toch je vette varkenskop en loop door.”

De waterbak van mijn Senseo-apparaat bleek leeg, waardoor het aanzetten ervan weinig nut had gehad. Ik telde tot tien en liet de kraan even aan. Terwijl ik naar de waterstraal keek, zag ik een piepklein fruitvlieg récht door de straal vliegen. Het diertje belandde in de wasbak en gleed zo door richting zijn graf: het riool. Best sneu, dacht ik, heb je vierentwintig uur te leven kom je op deze wijze aan je einde. Ik boog voorover in de hoop dat het kadaver nog in het putje hing, maar niets bleek minder waar. “Aju,” riep ik het fruitvliegje na.

Onderwijl ik van mijn koffie nipte bleef ik gefascineerd naar een huisvlieg kijken. “Jij hebt wél meer dan vierentwintig uur te leven, hè?” Het tweevleugelige insect bleef, tot mijn verbazing, zitten waar het zat. “Laboranten,” ging ik verder, “hebben zelfs de moeite genomen om elk haartje op jouw lichaam een naam te geven.” Ook dit leek het dier niet te raken. Wellicht doordat het smulde van een druppel water op mijn glas. Langzaam boog ik voorover en fluisterde: “Eigenlijk vind ik jou wel lief, maar als ik aan je geboorte denk word ik een beetje misselijk.” Ik pakte een geel stroomtennisracket, “omdat jij vroeger een maad was, maak ik nu eigenhandig een einde aan jouw leven. Doei!”

Mijn telefoon attendeerde mij op een binnengekomen bericht.
Onbekende: “Wie ben jij?”
Ik: “Diezelfde vraag zou ik jou ook graag stellen. Geen idee van wie dit nummer is.”
Onbekende: “Jij belde mij gister.”
Ik: “Verhip, dat klopt. Ik zocht Rob, maar volgens mij hoorde ik de voicemail van iemand anders. Excuus.”
Onbekende: “Owke.”
Ik: “Je bedoelt: oké.”
Onbekende: “Hetzelfde ja. :P”

Het achterlijke “:P” irriteerde mij en deed mij vermoeden dat ik hier met een jong knulletje van doen had. Net als die knipoogjes, walgelijk!

Ik: “Wellicht als je een breezer bestelt.”
Onbekende: “Lust ik niet.”
Ik: “Vertel dat niet je “owke-breezer/ owke-scooter vrienden. Ze kicken je uit de groep, jonguh!”
Onbekende: “:S Ben ik te oud voor, voor scooters.”

Ik begon in de stemming te komen voor een ouderwets potje irriteren en besloot mijn nieuwe vriend via Whatsapp te benaderen.

Ik: “Och! Je bent al 17? Sorry. Ik schakel even over naar een goedkopere manier van berichten verzenden. Ter herkenning heb ik je even een voor- en achternaam gegeven. Je voornaam is nu “Owke” en je achternaam “Breezer”. Hoop dat je het niet heel verschrikkelijk vindt.”

Onbekende: “Och man rot ttoch op met dat kleutergedrag daar voel ik me te hoog voor!!!!!”
Ik: “Hoe hoog ben je precies? Ik ben ook vrij hoog; 1.68 meter. Groot, sterk en oppermachtig. Als ik boos word ga ik brullen en word ik groen, net als in de hulk. Dat is iets van vroeger, je zult hem wel niet kennen. Mocht je een andere naam hebben die altijd al hebt gewild, ik ben de beroerdste niet, pas het zo voor je aan. Wie je grootste idool? Justin Timberlake?”

Onbekende: “Ga toch met auto’s spelen, hier heb ik geen behoefte aan.”
Ik: “Als jij mij jouw idool vertelt, ga ik met mijn auto spelen. Ik heb een Fiat Uno, rood, bouwjaar 1986 maar daar merk je weinig van. Is jouw bouwjaar (ghehe, ik bedoel je geboortejaar en niet dat jaar waarop je vader bouwstenen in je moeder pompte) ook 1986? En heb je ook een auto? Zelf betaald of van je papa en mama gekregen? Zo terug, even met mijn auto spelen. Ben benieuwd! Hihi.

Helaas weigerde mijn nieuwbakken vriend nog langer met mij te communiceren. Ik vond dat erg jammer, maar vriendschap kun je niet opleggen natuurlijk. Ik pakte mijn spullen, stond op en fietste naar mijn werk. Tijd om de loonslaaf uit te hangen. "Je stelt me teleur, nieuwe vriend." stuurde ik hem nog, maar het mocht niet baten.

reacties 3 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 296


Mantelzorger
Bizar | Gewoon wat | 01 Juli 2011 | 14:44:37
 
 
Hessel – 12.33 “Het puin moet uit mijn tuin.”
Miranda – 12:34 “Ja.”
Hessel – 12:34 “Ik heb een bak geregeld bij de Rova, kom je helpen?”

Ik legde mijn toestel opzij. Ik ben niet in de wieg gelegd voor mantelzorg, bedacht ik mij. Zo zag ik drie dagen geleden een oud vrouwtje stoeien met haar rollator. Ze kreeg het apparaat niet op de stoep en ik stelde het arme vrouwtje de retorische, tevens voor de hand liggende vraag: “Lukt het?” Ettelijke seconden, die -gelet op het vele verkeer- minuten leken te duren, staakte ze haar stoeipartij met haar stuk staal: “Né-hé-é-é,” bibberde haar flinterdunne stemmetje. Theatraal keek ik op mijn polsklokje en stelde de vrouw gerust: “Gelukkig heeft u -in zekere zin- alle tijd van de wereld! Succes!” En ik fietste door. Lief vrouwtje. Al is ze een rib uit het lijf van onze verzorgingsstaat.

Hessel – 12:56 “Kom je?”
Miranda – 12:7 “Druk druk druk, ik doe mijn best!”

Ik stond op van mijn stoel en bekeek mijzelf in de doffe weerspiegeling van het raam. Onderwijl ik mij voornam om de ramen één keer per jaar te gaan lappen, vroeg ik mij af hoe de vriend in kwestie op het lumineuze idee kwam om mij op te roepen als mantelzorg-bouwvakker. Net toen ik mijn afwezige spierballen ontblootte schrok ik weer op door het trillende kabaal van mijn smartphone.

Hessel – 13:08 “Er is bier?
Miranda – 13:08 “Tot zo.”

“Hoi schat,” en ik ontving een kus van Marc. Doordat ik nogal laat arriveerde op plaats van bestemming, concludeerde ik -tot mijn grote vreugde- dat de puinbult op zijn minst al gehalveerd was. Mijn timing had sterker kunnen zijn; nog een uurtje wachten. “Ik ben te mooi voor zware klusjes.” Maar deze smoes ging er bij de mannen niet in, dus pakte ik het bolderkarretje om er een paar stukjes puin in te dumpen en liep de steeg in. Wat een kutleven.

Toen ik voor de tweede keer mijn karretje wilde vullen met puin slaakte ik een luide kreet bij het optillen van een lat: “Wat is er?” vroeg Hessel. “Godver! Een worm!” Marc liep op mij af, bukte en pakte de worm op: “Je bent toch niet bang voor een worm?” Hij grijnsde, bekeek het dier en stopte het dier in zijn mond. Hoelang het duurde voor de worm verorberd was weet ik niet, want ik hing over een decoupeerzaag in de schuur, vechtend tegen het opkomen van mijn maaginhoud.

Slechts een kwartier later leek mijn maag weer rustig en waagde ik mij weer tussen de malloten. “Smeerlap,” lispelde ik. Bijna brullend van het lachen haalde Marc zijn scrotum weer in de broek en sloot zijn ritssluiting. Ik was trots op deze veertiger. Zijn zindelijkheid maakte grote sprongen de laatste weken. Hij kwam al een meter dichter bij de wc en zeek nu halverwege de tuin, in plaats van in het hoekje. “Mam? Waarom ruiken paardenbloemen nergens naar?” Ik legde uit dat paardenbloemen het onkruid van de bloemenwereld waren en mijn nazaat leek bevredigd met het antwoord.

De rivier in mijn bilnaad leek te overstromen bij de derde lading puin in het bolderkarretje. Wellicht moest ik wat drinken, verzon ik. Aanvankelijk zou ik deze hufters niet eens helpen! “Miran, deze paardenbloem ruikt wél lekker, ruik maar eens.” Ik stak het bloemetje in mijn neus en snoof voorzichtig. “Sorry,” excuseerde ik, “mijn neus is defect.” Marc sommeerde mij een klein stukje mee te lopen en ik gehoorzaamde. “Ja, en?” De verheugde blik in zijn ogen verried onheil. “Kijk eens,” adviseerde het kadaver. Mijn blik gleed van de paardenbloem naar een paardenbloemloze-stengel en al snel viel de euro. Het was de paardenbloem die wellicht al een liter of veertig van zijn urine had genoten.
 
reacties 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 289


Gelukssteentjes
Bizar | Gewoon wat | 06 April 2011 | 21:24:28


“Wat heb je bij je?” vroeg ik Matthijs. Matthijs had zojuist zetel genomen op de studentikoze bank. Dat wil zeggen: de bank vol bier- en wijnvlekken en daarbij de overheersend geur van eerder opgerookte (duizenden) sigaretten. Triomfantelijk haalde Matthijs zijn nieuwe buit tevoorschijn. “Hier kan ik beter van slapen,” vertelde Matthijs. Omdat ik van mijn stoel was gevallen, kroop ik weer terug op de lederen fauteuil. Met een fake-glimlach en opgetrokken wenkbrauwen beantwoordde ik Matthijs' verwachtingsvolle blik.

“Hé Matthijs,” onderbrak Boris “Hoe zit het met Anita?” Matthijs leek blij te worden van de vraag en schoof met zijn billen over de smerige bank. “Wel,” begon hij “volgens mij vindt ze me leuk.” Het volk in de woonkamer wachtte in spanning af op wat er komen zou. Matthijs was verliefd op een vriendin van ons. Hij leek ervan overtuigd dat zij hem ook zag zitten. Wij wisten wel beter, maar hielden ons van de domme.

Ik wist dat iedereen Matthijs voor de gek hield, daarom beëindigde ik deze discussie en vroeg hem nogmaals om de betekenis van zijn nieuwe stenen. Zweverig wendde Mathijs zijn glazige oogjes weer tot mij: “Deze steentjes geven mij rust,” zweefde Matthijs. Ik lachte hem niet uit, maar het kostte me de grootst mogelijke moeite om dit niet te doen. “Hoe doen die steentjes dat?” en ik knikte naar de paars-, groen-, en roodkleurige steentjes. Die steentjes waren nog geen centimeter lang en nog geen halve centimeter dik en ik had begrepen dat ze vijftien euro per stuk hadden gekost. “Ik leg ze onder mijn kussen,” begon Matthijs zijn steentjes-verhaal.

Ergens had ik spijt dat ik de discussie een andere wending gaf. Niet alleen omdat Matthijs mij nu ging vertellen wat de steentjes te betekenen hadden, maar ook omdat de andere discussie onwaarschijnlijk veel grappiger zou zijn geweest. “De steentjes zijn bij uitstek geschikt voor mensen die uit balans zijn,” vertelde Matthijs. Hij laste een korte rustpauze in en staarde naar het (gele) plafond. De rest leek alweer druk te zijn met bier drinken, maar mijn aandacht bleef –uit beleefdheid- bij mijn zweef-Matthijs. Tevens uit bescherming voor hem.

Matthijs leek weer terug op aarde en hervatte zijn verhaal: “Dit is Jade,” sprak hij. “Jade brengt rust en harmonie in je leven. Hoewel Jade normaliter groen is, is het gesteente ook in andere kleuren, zoals je ziet.” Bewonderenswaardig bleef ik naar de stukjes glimmende nonsense kijken. Ik vroeg Matthijs verder te gaan met zijn verhaal en hij gehoorzaamde. “Het brengt rust en ontspant. De laatste tijd slaap ik niet zo fijn,” onthulde Mathijs “en deze steen zet aan tot dromen en de juiste droominterpretatie. Bovendien -en dat is zo bijzonder- werkt het op milt, lever, darmen en helpt het bij geelzucht.” Matthijs had gelijk. Of eigenlijk: die stenen deden hun werk. “Sorry Matthijs,” onderbrak ik de zweefteef “ik moet inderdaad naar de wc.”

Ik was nog niet terug in de woonkamer of het steentjes-onderwerp leek allang weer overboord. De stukjes steen bleken niet interessant genoeg voor het tuig en ze bestookten Matthijs wederom met vragen over Anita. Ettelijke minuten later belde Anita iemand die toevalligerwijs in die bewuste woonkamer aanwezig was. De (spreekwoordelijke) hoorn lag er nog niet op of Boris sprak tot de stenenkenner: “Ga naar beneden! Met een paar minuten is ze hier!”

Ergens voelde ik mij schuldig. Doch, ik lag nu ook tussen de relatie-schurken op de vloer onder het half geopende raam te luisteren. In een fractie van een seconde opende zich de voordeur en luisterden we hoe Matthijs zijn geliefde verlichting trachtte te bezorgen: “Ik wil je iets vragen.” Wij wisten allang hoe Anita in elkaar stak en gilden het bijna uit. Maar we moesten stil zijn en we luisterden “Ik weet dat je naar me kijkt, ik voel het ook, laten we er nu maar openlijk over zijn.” Vol spanning lagen we onder het raamkozijn af te wachten op wat er zou gaan komen, hoewel we dat eigenlijk al wel wisten.

“Ben jij wel helemaal goed bij je hoofd? Waar héb jij het over?” Ik zag hoe bij enkele lieden de tranen over de wangen biggelden. “Wel, ik weet dat het wat gek klinkt,” hoorden we de liefdesgod stamelen “ik weet van jouw gevoelens voor mij.” Dit was het moment waarop de één na de ander met z’n hand aan het kruis naar een wc vluchtte in de hoop ongehoord luidkeels schreeuwend in een wc te kunnen plassen en het uit te schateren van het lachen.

Anita maakte een einde aan Matthijs’ lijden: “Matthijs, ik weet niet wat jij je nu weer in je hoofd hebt gehaald, maar ga alsjeblieft weg. En weet je? Kom ook nooit meer terug. Je bent de meest idiote persoon in mijn leven ooit. Waar haal je het lef vandaan om te denken dat ik mij ook maar enigszins aangetrokken voel tot jou? Wie denk je wel niet dat je bent? Met je lange haren, zwarte nagellak op je veel te lange nagels en je achterlijke gedragingen. Matthijs? Donder. Op!”

Kinderachtig als Boris was gooide hij de tas van Matthijs en zijn gloednieuwe steentjes uit het raam. De algemene voordeur sloeg dicht en we hoorden hoe de spullen werden gepakt en tegelijkertijd de nijdige voetstappen van Anita de woonkamer naderden. De deur werd open gesmeten en een rood aangelopen vrouwspersoon stormde de woonkamer binnen: “Wat is er in godsnaam met die mongool aan de hand?!” schreeuwde ze uit.


Die arme jongen. Vijftien euro aan een stel steentjes lichter, maar het mocht niet baten.
reactie 1 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 451


Zo'ndag
Bizar | Gewoon wat | 20 Maart 2011 | 19:37:48
 
Benodigde ingrediënten: korrel zout.

“Ben je wakker?” Ik voelde aan mijn hoofd en vroeg me af wat voor dag het was. Het kostte me een kwartier om tot de ontdekking te komen, dat het zondag moest zijn. “Euh,” reageerde ik versuft op ma’s moeilijke, telefonische vraag. Goede vraag, dat wel.. “Ik denk het?” reageerde ik. Nog geen tien minuten later stond ze naast mijn bed. Of ik uit bed wilde komen, want ze ging met pa een eind op de motor rijden. Achter haar kwamen twee kinderen tevoorschijn. “Nee, maak eerst maar koffie voor me. Dan praten we verder.” Goede moeder als ze is, regelde ze mijn koffie en vertrok.
 
Ik slaakte een zucht en wendde mij tot de kinderen: “Lief zijn, anders gooi ik jullie van balkon.” Ze leken het grappig te vinden en ik nipte van mijn koffie. Ik vond de situatie een stuk minder grappig, maar ze luisterden. Terwijl ze de legobak tevoorschijn haalden, liep ik richting de keuken om een tweede bak mensen-benzine te regelen en vervolgens de zon in te gaan.
 
Wederom geen enkele aanbidder onder mijn balkon. Verrassend genoeg zat mijn Bijbelse buurvrouw eveneens op het balkon aan de voorzijde. Meestal zit ze aan de achterzijde, omdat ze een vreselijke hekel aan mij heeft. Iets wat ik koester. Steeds meer mensen kwamen haar balkon op en ik baalde weer eens dat onze balkons aan elkaar grensden. Zelfs mijn harde muziek kon haar deze dag niet wegjagen. Dit moest wel één van mijn meest vreselijke zondagen ooit gaan worden.
 
Terwijl ik trachtte fitter te worden, aanschouwde ik haar keurige en vooral degelijke maar ook nietszeggende bezoek. Dit is een Bijbelclubje, concludeerde ik. Onderaan het balkon maakten drie heren en een meid zich druk om een mandje op de fiets. Zij keek glimlachend en trots naar de jongen die haar hielp en hij beantwoorde haar glimlach met een duw. Ik baalde dat hij niet harder duwde. Slappe zak.
 
Tussen de bedrijven door nam ik af en toe een kijkje in de slaapkamer, alwaar de kinderen zich keurig gedroegen. Althans, voor kinderen. Ik kwam niet teveel kijken, omdat ik steeds weer een stukje verdrietiger werd na mijn slaapkamerbezoekjes. Katerig mocht ik lijdzaam aanschouwen hoe een keurige kinderkamer omgetoverd werd in een Afghaans slagveld. Ik moest ze hier weghalen, bedacht ik me. “Kom jongens, schoenen aan. We gaan naar buiten.”
 
Ik bleek niet de enige te zijn, die op het lumineuze idee was gekomen de ongeleide projectielen los te laten in het park. Pak em beet zestig anderen dachten hetzelfde. Algauw hadden de vriendjes van mijn zoon hem in de peiling en renden ze rondjes in het zand. Het zand waar, naar ik vermoed, elke dag katten in zeiken en kakken.
 
“Is dat een meisjeshond?” vroeg een tandloos kind van een jaar of zes. Ik keek naar het meisje met haar blonde vlechtjes en beantwoorde haar prangende vraag met: “Nee.” Ze keek bedenkelijk en vervolgde: “Die hond lijkt op een meisje.” Ik bedacht me dat dit blonde schepsel een brutaal kind was. Ik liep naar het duivelsgebroed en duwde haar van het klimrek. Tot mijn grote vreugde verliet ze jankend het park.
 
“Hoe oud is dat hondje?” vroeg nu een jongetje van vermoedelijk dezelfde leeftijd. Ik keek het jongetje aan en vertelde dat het hondje aan mijn touw nul jaar was. “Een puppy, noemen ze dat.” vertelde ik het kind. Hij vroeg me of hij het hondje mocht aaien en ik stemde in. Nu kwam de grote zus van het jongetje er ook bij staan. Ook zij wilde het jonge dier een aai geven en wederom stemde ik in. Helaas bleef het meisje tegen me kletsen en nog geen drie minuten later liet ze mij haar nieuwe grote mensen tanden zien. Ik kon haar wegjagen door op haar tandjes te tuffen, maar ik besloot dat één jankend kind per uur voldoende was voor deze zonnige dag.
 
Nu besloot ook het jongetje tegen mij te gaan praten. “Wij komen uit Polennnn.” zei het mormel wijs. Ik staarde naar de blauwe lucht om vervolgens het jongetje weer in de ogen te kijken. “Waarom ga je niet lekker terug naar Polennnnn.” zei ik geïrriteerd tegen het jongetje. Ik duwde de kinderen opzij en besloot mijn dag uit te zitten bij mijn ouders. Daar was het vast rustiger.
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 216


Internationale Vrouwendag
Bizar | Gewoon wat | 12 Maart 2011 | 11:03:21
 
 
Het was Internationale Vrouwendag en ik zat op het balkon mooi te zijn. Haartjes keurig in model, strakke spijkerbroek, blouse met daarop een leuk shirt en een stoere zonnebril op. Ja, want buiten scheen de zon en het was een graad of tien. Eigenlijk te koud om op het balkon te hangen, maar de opmerkingen van mannen waren me net even wat meer waard. Mogelijkerwijs had mijn voorbijkomende sjans voornamelijk met het zonnige weer te maken, dan met mijn verschijning. Toch hield ik mezelf voor dat ik het was. Ik moest wat! Pas na een kwartier begon ik mij te vervelen dus besloot ik mijn Whatsapp-contacten door te spitten.

“Heey… Hoe is het met jou?”
“Wat moet je, Miranda?”
“Nou, het is Vrouwendag.”
“Dus?”
“Dus dacht ik even aan jou.”
“Ik ben geen vrouw.”
“Maar ik wel?”
“De laatste keer dat ik je een bos rozen gaf, gooide je ze van balkon af.”

Dit ging zijn vruchten niet afwerpen. Die smeerlap had gelijk! Waarom was ik zo stom om die klote bloemen van balkon te flikkeren? Ik moest iets anders verzinnen om mijn dag door te komen en besloot een vriend te bellen. “We gaan wat drinken in de stad. Tot zo.” Veel had hij niet in te brengen, maar dat heeft hij nooit. Moest-ie maar geen vrienden met me worden.
 
“Conjo, we hebben een probleem. Er zijn twee tafels vrij. Eentje in de schaduw, wat erg koud is zonder jas. Eentje in de zon, naast die achterlijk halvezool van een achterbuurman.” We verkozen het tafeltje in de schaduw, maar kwamen al snel tot de conclusie dat dit ietwat te koud was. “Is dat niet die achterbuurman die jouw balk jatte?” Bier! Dat was hij inderdaad. Ik moet hem er nog eens op aanspreken. “Weet je wat?” stelde Jasper voor “We gaan naar café Naar Boven. Allemaal zestienjarigen, maar je mag er wel binnen roken en het bier is er goedkoop.”
 
Bij de ingang van het café stond een groepje van vijf jongetjes “Ik kom hier niet binnen! Ze controleren op leeftijd en ik ben nog geen zestien.” Ik vroeg mijn metgezel of hij zeker was van zijn zaak. Hij was dat. Eenmaal aan de bar werd mij gevraagd een biertje te bestellen, “Ik moet even bellen, misschien loopt hier wel een leuk jongetje voor je rond.” Mijn vingers vormden een peace-teken en de barman begreep wat ik bedoelde. Ik bekeek de jongetjes en meisjes om mij heen. Zou er een pukkelig jongetje, ergens in een donker hoekje van het café staan? Ik kon op hem aflopen, hem in zijn zak grijpen en een flinke tongzoen geven. Ik schrok op uit gedachten. Jasper leek weer terug van weggeweest, keek zes seconden om zich heen en zei: “Drink je bier op, we gaan.” Mijn plan viel in duigen, maar het commando beviel me wel.
 
We liepen richting café de Docter, maar hielden halt in een steegje. Een groepje getinte jongens had het aan de stok met een groepje blanke jongens. Een leuk schouwspel en om niet al te veel op te vallen, vroeg ik de uilskuiken aan mijn zijde een foto van mij met mijn hoofd tegen een lantaarnpaal te maken. “In godsnaam, waarom?” vroeg hij met verbazing. Ik legde uit dat het van mij verwacht werd. Hij begreep het niet, maar luisterde wel en deed wat ik hem vroeg. Intussen had de politie de ruziënde jongeren gevonden en het groepje blanken renden er met staart tussen de benen vandoor. Mietjes.
 
“Is de barman niet wat voor je?” Ik keek op van mijn bier en zag aan de bar een jongen van mijn leeftijd staan. Ik bedacht me dat ik het nog niet met hem zou willen doen, al was hij de enige vent op deze aardkloot. Waar haalde die hufter het vandaan? Ik keek opzij, gaf mijn metgezel een schop tegen zijn schenen en mepte hem vervolgens op zijn achterhoofd “Smoel dicht, bier drinken. Ik heb het wel gehad met deze “Vrouwendag.”.
 
Mijn blik viel op een jongen achterin de hoek. Hij had zijn oorlellen dusdanig opgerekt, dat je er je lege glas in kon hangen. Wat een mongool. Eigenlijk waren hier alleen maar mongolen. Gothics, skaters, allemaal in het zwart. Zelfs kerels schenen het hier normaal te vinden om donkere make-up te dragen. Deze excentriekelingen zaten hier samen uniek te zijn. Ik moest maar eens naar huis.
 
Vrouwendag is een shitconcept.
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 215


Carnaval en zoenen
Gewoon wat | 06 Maart 2011 | 13:47:23
 
 
Languit lag ik op de bank in het Culinair café van het Castellum-theater. Ik bedacht me dat dit de meest erge Talkshow zou gaan worden. Niet alleen doordat ik simpelweg niet veel feeling had met de onderwerpen, maar ook om een andere reden. Terwijl ik nuchter en wel op de bank lag, stonden mijn vrienden al in de binnenstad bier te drinken. Erger, zo mogelijk zouden zij al straalbezopen “Ik ben een Zwollenaar” zingen. En ik zat hier. In het westen van het land, alwaar carnaval gehaat werd.
 
Aan mijn lijden kwam een eind. Rond de klok van kwart over vijf mocht ook ik een biertje tot mij nemen. Terwijl ik dit wondermiddel guitig dronk, bedacht ik mij dat ik die ochtend drie blikjes bier in mijn tas had gedaan. Plots besefte ik dat ik graag bestond!
 
Voor de feesttent stond wederom een rij van minstens een half uur. Toch moest en zou ik naar binnen en ik sloot achteraan. Naast mij stond een jongeman (vraag me niet hoe hij eruit zag) eveneens zich te vervelen. “Zullen we gaan trouwen? Moet je nu wel eerst iets aardigs zeggen.” De jongen vond het een goed plan, zo ook de dames naast ons. “Jij bent het mooiste meisje van heel Sassendonk!” vertelde de jongen. De dames hadden dit gehoord en wilden ons wel in de echt verbinden. Er waren geen ringen, maar ter compensatie mochten we een fles schoonmaakmiddel hebben van hen.
 
Ik bekeek de jongen nog eens. Ik kon hem goed zijn, want ik zag hem wel twee keer! “Weet je? Jij bent zo lelijk nog niet. Zeg nog eens iets liefs?” De jongen bleek redelijk origineel, want middenin de rij zakte hij door zijn knieën: “Prinsesje, zou je met me willen trouwen?” Ik keek naar de dames. “Zouden jullie hem doen?” vroeg ik hen. Ze zeiden van wel en ik besloot het verlossende antwoord te geven: “Ja, ik wil!” De dames klapten en de jongen kwam in de benen om mij vervolgens op te tillen. Pluspunt. “Dan verklaar ik jullie nu tot man en vrouw.” Zei één van de dames. Nog voor ik het wist zoende de jongen mij volop de mond. Ach, het is carnaval. Vooruit dan maar.

Voor ik het wist stonden we in de tent. “Sorry man, hier scheiden onze wegen. Jij gaat die kant op en ik deze kant. Oké?” De jongen keek me beduusd aan. “Ik wil liever niet met je verder.” Vertelde ik hem. Ik moest mijn neef en zijn vrienden vinden en ik wist niet zeker of deze jongen wel zo mooi was als dat hij leek. We namen afscheid en ik beende mij een weg door de massa, op zoek naar bananen.

“Jij bent een banaan,” zei ik tegen een onbekende jongen. De banaan zei dat dit klopte en ik legde uit dat hij niet de goede was. “Ik zoek banaan Patrik. Jij bent dat niet.” De jongen adviseerde me om dan nog maar eens verder te zoeken en keerde mij zijn banenrug toe. Weer tikte ik hem op zijn schouder. “Jij bent een kutbanaan!” en ik tufte op zijn pak. Waar haalde hij het lef vandaan?

Na drie rondes door de feestende meuk vond ik het tijd om mijn zoektocht te staken. Zes lange minuten struinde ik door de Zwolse straten richting stamkroeg. Aldaar schopte ik de deur van mijn stamkroeg open: “Heeeee! Biertje?”. Hier leek het feest al op zijn einde en ik nam plaats bij de stamgasten aan de bar. “Ik ben best dronken, zeg!” Barman Paulus scheen dit door te hebben en zette een beugel voor me neer. Naast mij zat een vriend, ik zag dat hij meer gezopen had dan ik. “Ik heb nog maar één iemand gezoend en pas een uur carnaval gevierd. Shit zeg.” Dit leek niet aan dovemansoren en de vriend besloot om mijn nummer twee van die avond te zijn. Ach, het is carnaval. Vooruit dan maar.
reacties 7 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 463


Concurrentie
Bizar | Gewoon wat | 01 Maart 2011 | 21:34:03
 
 
Zijn goed verzorgde handen omringden een glas bier. We zaten aan de bar, omdat er elders geen plek was. Hij vertelde dat hij het liefst aan de bar zat, want dan kon hij sneller bestellen. Mijn hart maakte een sprongetje en mijn eierstokken zongen “Halleluuujaaa”. Die stomme voorplantingsorganen waren zich geenszins bewust met wie ik van doen had. Zing dan “Oynama sikidim sikidim!” dacht ik.

Terwijl hij vertelde over wat hij zoal in het dagelijks leven deed, bedacht ik mij dat ik niet met een mietje van doen had. Eindelijk een kerel die sneller dronk dan ik. Het deed me deugd. De jongeman was keurig gekleed in een overhemd en daaronder een nette spijkerbroek. Nu mag het van mij twee kanten uitgaan. Of netjes, zoals deze knakker, of wat sportiever maar tegelijkertijd netjes. Denk aan nette sneakers en een polo. De rest? Not done.

“Zie je dat meisje aan de bar?” Ik keek naar het meisje wat daar inderdaad stond. Een nieuw meisje, want ik had haar nog niet eerder gezien als werknemer in de Belgische Keizer. Naast dat meisje stond nog een vrouw, haar kende ik al wel. Dat wijf is zo lelijk, dat ze wel winstgevend móet zijn. Dat elke zaterdagavond een stel voetballers aan de bar zitten en zeggen: “Kom op! We zuipen dat mokkel mooi!”. Mochten zij serieus hiertoe een poging wagen, wordt zondermeer de drankomzet van die maand verdubbeld. Die is niet mooi te zuipen, geloof me.

“Ja, ik zie dat meisje. Hoezo?” Het was een knap meisje. Ze had -net als ik- bruin haar, stevig in een knot geknoopt. Aan haar oren hingen ietwat lange ronde oorbellen en haar wenkbrauwen waren keurig getekend. “Ze heeft een oogje op me.” Ik keek nog eens naar het meisje en weer terug naar de getinte kerel naast mij. Dit keer had ik eerder het glas leeg dan die knoflookhufter. Terwijl we verder praatten, hield ik het meisje in de gaten. Tot mijn grote ongenoegen had die kneus nog gelijk ook. Ze bleef “onopvallend” onze kant op kijken en ze zag er zeker niet uit als een pot. Sterker, zo mogelijk was ze een stuk knapper dan ik! Oké, toegeven: dat was ze. Niet “zo mogelijk”, ze ís knapper dan ik. Kutwijf.

Een nieuw biertje stond voor mij klaar. Ik geloof dat ik dit biertje harder nodig had dan hij. “Nou goed, ik moest zo maar eens gaan,” informeerde ik mijn metgezel. Hij vertelde dat hij het jammer vond en nog lang geen zin had om naar huis te gaan. “Och,” en ik nam een flinke teug van mijn kersverse bier “de jongedame achter de bar is vast niet te beroerd om nog wat drankjes in te schenken voor je.” Klaarblijkelijk vond die sukkel het grappig en lachte hardop. Ongemeend glimlachte ik terug naar die eikel. “Mongooltje!” En ik voelde hoe ik aan mijn sjaal getrokken werd en het volgende moment zaten we ranzig te zoenen aan de bar. Iets waar ik een teringhekel aan heb.

Met rode appelwangetjes stapte ik de buitenlucht in. Ik was toe aan een Marlboro en stak er eentje op. Nadat ik zes meter van de deur verwijderd was, voelde ik hoe mijn pump weigerde om mee te werken aan het vervolg van mijn reis naar huis. Onopvallend probeerde ik te achterhalen waar het mis ging en keek over mijn schouders, om mijn vette reet heen, naar mijn hak. Het mag kunst genoemd worden. Het hele plein lag er netjes bij, maar juist mijn pump bleef steken in een –voor dit plein- zeldzame trottoirgleuf: “Ga maar je bus halen, ik moet nog even bellen en rook mijn sigaret op.” Ik ontving een kus en zag zijn (opwindende) billen de hoek om gaan.

“Verdomme Miranda, “ mompelde ik. Ik zakte door mijn knieën, haalde mijn voet uit de pump en begon eraan te trekken. “Jezus Christus!” schreeuwde ik nu wat harde. Ik schrok op van een lachende voorbijganger en keek op. Miljaar! Mijn kroegsjans! “Lukt het?” vroeg de sexy woensdag-avond-kroegsjans. Ik mompelde dat het wel ging lukken en de pimp leek inderdaad na een flinke ruk los te komen van de stoeptegels. “Nou, ik moet gaan. Spreek je!” Ik schoof de pump aan mijn voet en maakte dat ik bij de bus kwam. Goed bézig, Miranda. Daar gáát je kroeg-aanbidder.
reacties 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 227


Suffe wijven
Gewoon wat | 28 Februari 2011 | 21:27:34
 
 
Door: Merel  
 
Dagelijks erger ik me aan de onbegrensde sufheid die de vrouw bezit. Sterker nog, bijna elke vrouw wordt erdoor bezeten, zoals de slang uit het Hof van Eden werd bezeten door de duivel. Het is té ongenuanceerd om te stellen dat er geen uitzonderingen zijn op de regel en ik ben soms ook wat kort door de bocht, maar als we toch bezig zijn met het toppunt van generalisatie wil ik bij dezen stellen dat vrouwen in een aantal categorieën ingedeeld kunnen worden.
 
Zo heb je de zeikerds: vrouwen die er een sport van maken alles kort en klein te zeiken. Dit zijn vaak de perfectionisten; alles valt ze op en als het uit de toon valt en er valt wat te zeiken, geeft ze dat een gevoel van macht. Niets is goed genoeg of zal ooit goed genoeg worden. Want als er niet meer gezeken wordt, treed er een controleverlies op en deze categorie suffe mutsen raakt hier gefrustreerd van. ‘De zeikerd’ leeft in een constante staat van PMS. Dit is te merken aan de humeurschommelingen als dingen niet gaan zoals zij het willen, een extreem kort lontje en ze janken veel. Als ik een ‘zeikerd’ zie heb ik altijd het idee dat ik bloed ruik (Pavlov).
 
De tweede stroming suffe wijven noem ik ‘De Afgunstige Bitches’. Deze vrouwen zijn al op jonge leeftijd te herkennen en te categoriseren. Dat begint al in de brugklas op de middelbare school. Het zal de mannelijke lezers wellicht verbazen hoe verrot de puberfase van suffe wijven eigenlijk wel niet is, maar het is waar (lichamelijk en psychisch ondervonden, ja ja). In mijn klas zochten de verdorven oestrogeenbarbaren al naar ondergeschikte meisjes om te checken of ze de nagels van hun middel- en wijsvinger knipten, want dan was je écht een vieze, gore slet die regelmatig vingeren tot een kunst heeft verheven. Het zoeken van de fouten van anderen en ze daarop proberen te pakken, maakt de Afgunstige Bitch. Ze voeden zich aan de ellende van anderen, als vampiers aan het bloed van onschuldige slachtoffertjes. Ook als ik ‘Afgunstige Bitches’ zie heb ik het idee dat ik bloed ruik.
 
Dan komen we bij de derde categorie, deze vrouwen zijn nog wel enigszins stoer, want ze gebruiken hun grootste troef: seksuele aantrekkingskracht. Hierdoor worden deze suffe wijven ook het meest gehaat door andere suffe wijven. Want ze hebben het lef om de man fatsoenlijk te bevredigen en daar macht aan te ontlenen…  en ze stelen vaak je vriendje. Ik noem deze groep ‘De Glijers’. Glijers zijn vrouwen die wel slim zijn, maar door hun onzekerheid of jeugdtrauma’s hun kwaliteiten niet tentoon kunnen stellen. Deze vrouwen berusten zich er dus maar in dat een likje tussen scrotum en anus hun incompetenties wel zullen verhullen en proberen op die manier nog wat te maken van hun leven.
 
Ik stoor me aan suffe wijven, maar misschien nog wel meer aan feministen. De perceptie dat vrouwen extra aandacht nodig hebben om uit hun onderschikte positie te komen. Terwijl het juist de bedoeling is dat vrouwen geen extra aandacht meer krijgen om gelijkgesteld te worden aan de man. Een vrouw moet haar tijd niet verdoen aan actievoeren, want in Nederland hebben de vrouwen eigenlijk vrij weinig te klagen. Hard werken moeten ze, net zo hard werken als ieder ander. En eventueel, heel misschien kan je er dan niet voor kiezen om kinderen te krijgen. Het zij zo. In mijn beleving worden vrouwen, suffe wijven en feministen vaak geplaagd door frustratie. Zoals Ayaan strijdt uit frustratie door haar weggezapte clitoris.
 
Vrouwen moeten hun verliezen kunnen incasseren en leren het oestrogeen bij de ballen te vatten en te overmeesteren. En als dat niet lukt? Tough luck!
 
Dit is geschreven door iemand die ooit de eerste vrouwelijke Minister President van Nederland wil worden, maar alleen moeder is ook goed…

reacties 5 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 494


317012 Home   weblog sinds: 2006-06-26

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl. Problemen met de inhoud van deze log? Klik hier.